Vereniging van Carnica Imkers

Tips voor de imker

 

Start
Bestuur
Activiteiten
Doelstelling
Lid worden ?
Nieuwsbrieven
Teeltgroepen
Carnica lijnen
Ombouwproject
Richtlijn mentoren
Mentoren
Transport materiaal
Teeltmat. Ned/Bel.
Ned.bevrucht.stations
Teeltstations
Duitse Eilanden
Duitse KI bevruchting
Kastkaart
Internet links
Website van Leden
Bouwtek.Starter
Tip voor de imker

 

Doel van het Ombouwproject:

 Imkers hun bijenvolken laten ombouwen tot raszuivere Carnica bijenvolken.

Het ombouwen gaat als volgt:

Partij A. De carnica-imker teelt met een startervolkje en pleegvolk(en) moerdoppen uit een raszuiver, geselecteerd carnica volk.

Partij B De niet carnica-imker maakt uit zijn volken kernvolkjes in een drieramer.

Het maken van een drieraamskernvolk.

A en B maken een afspraak over de dag waarop de kernvolkjes worden gemaakt. Tevens kunnen er afspraken worden gemaakt over behandeling tegen bijenziekten.     ­

Kastjes die gebruikt worden voor kernvolkjes moeten voor gebruik worden schoongemaakt. Ze moeten afsluitbaar zijn en een open gaasbodem of ventilatiegaten hebben die kunnen worden afgesloten. Plaats een stukje koninginnenrooster voor de vliegopening. Dit kastje heet bevruchtingskastje.

Het kernvolkje wordt als sterke broedafleggger gemaakt.

Haal uit een moergoed hoofdvolk het raam waar de moer opzit en hang dat in een open reserve kastje.

Neem uit dat volk twee ramen met open broed en veeg de bijen in het bevruchtingskastje. Hang er nog twee ramen met open broed, waar veel bijen opzitten, bij. Hang er, als derde raam, een dik voerraam bij waar ook veel stuifmeel opzit. Het kernvolkje is klaar en wordt een paar meter uit de buurt van de kast gezet waaruit de bijen zijn gehaald. Geef de vliegbijen de gelegenheid  om terug te vliegen naar het oorspronkelijk hoofdvolk. Zet de­ moer weer terug in het volk waar ze uit komt en vul de open plaatsen aan met ramen naar behoefte van het volk.

Breng het kernvolk (de kernvolkjes) zoals afgesproken naar de bijenstand van A. Vlieggat dicht en ventilatiegaten of bodem open tijdens de reis. Op de bijenstand van A gaat het vlieggat open en de ventilatieopeningen of open bodem dicht. Het stukje koninginnenrooster moet voor het vlieggat blijven. De bijen gaan op het openbroed redcellen trekken. Op de tiende dag nadat het kernvolkje bij A is geplaatst, gaat B naar A om daar alle redcellen uit het kernvolkje weg te breken. Let erop of er nog voldoende voer en stuifmeel aanwezig is. Zoniet dan er een nieuw voerraam (vanuit voorraad, dus zonder broed) inhangen. Het kernvolkje is hopeloos moerloos!

A heeft ervoor gezorgd dat hij moerdoppen heeft die geschikt zijn om in een kernvolkje te plaatsen. Het kunnen zowel open als gesleten moerdoppen zijn. Eén dop per kernvolkje. De moerdop wordt voorzichtig tussen de toplatten van twee ramen geplaatst. Ongeveer tien centimeter van de voorkant van het kastje. Eventueel boven op de dop een stukje horrengaas met wat honing. Pas op voor roverij!

A weet hoe oud de moerdoppen zijn en kijkt een dag na de vermoedelijke dag van geboorte of de dop is uitgelopen. Als er plasticdopjes voor het over larven zijn gebruikt is dit goed te zien zonder de ramen van elkaar te moeten halen.

Alle gegevens worden op een kastkaart genoteerd.

B kan nu besluiten waar zijn raszuiver carnica koningin moet worden bevrucht. Standbevrucht of raszuiverbevrucht op een bevruchtingsstation.

Stand bevruchting

Als zijn bijenstal binnen een straal van drie kilometer van de bijenstal van A staat is het onverstandig om het naar huis te halen. De vliegbijen zullen immers terugvliegen. Hij kan de moer stand laten bevruchten bij A. Het stukje koninginnenrooster moet worden verwijderd. Haar nakomelingen (F1) zijn dan half-carnica. Hiervan natelen heeft geen zin.

Als het weer er naar is, zal de moer op de zesde dag na de geboorte op bruidsvlucht gaan. Een paar dagen na de vermoedelijke bruidsvlucht zal A zien dat het kernvolkje van B met stuifmeel binnenkomt. Veertien dagen na de geboorte kan B zijn kernvolkje inspecteren. Als hij van A hoort dat er inderdaad stuifmeel binnenkomt kan hij kijken of er eitjes zijn gelegd. Het volkje moet dan worden gevoerd met een potje met suikerwater. Controleren en voeren aan het eind van de dag als er niet meer wordt gevlogen! Het volkje wordt de volgende drie weken met rust gelaten. Het wordt constant gevoerd.

Na drie weken kan het volkje worden bekeken. Het zal dan twee ramen met broed in alle stadia hebben. De koningin kan worden gemerkt. A en B kunnen zelf een toast uitbrengen op het, nieuwe volk. B kan zijn volkje op eigen stand zetten nadat hij maatregelen heeft getroffen om roverij te voorkomen.

Bevruchtingsstation

Als B besluit voor een raszuivere bevruchting op een bevruchtingsstation kan van dit volkje, na selectie, worden nageteeld.

Binnen vijf dagen na geboorte moet worden afgereisd naar het bevruchtingsstation. Het stukje koninginnenrooster moet worden vervangen door een stukje darrenrooster. Verder moet het voldoen aan de eisen die het bevruchtingstation aan bevruchtingsvolkjes stelt.

Het volkje moet ongeveer veertien dagen op het bevruchtingsstation blijven staan. Daarna kan het mee naar huis en wordt het behandeld als boven omschreven.

 

Wilt u liever een geprinte versie dubbelclick op volgende link: Ombouwproject VCI

 


Advertenties


Te koop bij H.Toben 050-3181819 of Bijenhuis Wageningen

 

 

 

 

 

 

 

Start

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan Jan Kruit.
Laatst bijgewerkt: 14 maart 2010